De Krimpenerwaard is een groot aaneengesloten open veenweidegebied, tussen de Hollandse IJssel, de Lek en het riviertje de Vlist. De polders die in de Krimpenerwaard liggen, worden ontwaterd door een dicht netwerk van sloten, met een wisselende ecologische waarde. Daarnaast liggen er vele geïsoleerde wateren in het gebied, zoals veenputten en plassen. De natte elementen in de Krimpenerwaard zijn van onschatbare waarde voor de biodiversiteit, in het verder vrij soortenarme agrarische landschap. Wateren die een redelijke waterkwaliteit hebben en niet al te intensief geschoond en gemaaid worden, vormen belangrijke leefgebieden voor een brede selectie aan plant- en diersoorten die in het water of op de oevers leven. Goed beheerde lijnvormige waterelementen zijn bovendien belangrijke verbindingsschakels tussen verschillende deelpopulaties, waardoor op veel plaatsen een degelijk netwerk is ontstaan, of zou kunnen ontstaan. Sloten met een dichte vegetatie van krabbenscheer zijn de meest uitgesproken oases van biodiversiteit en vervullen zowel de functie van leefgebied als van verbindingszone voor vele soorten, waaronder bedreigde soorten als groene glazenmaker, zwarte stern, purperreiger, noordse woelmuis, waterspitsmuis, kamsalamander, ringslang, grote modderkruiper en gestreepte waterroofkever. Met name in het noordwestelijke deel van de Krimpenerwaard komen soortenrijke sloten voor, die gekenmerkt worden door uitgebreide vegetaties van krabbenscheer. De laatste jaren neemt het totale bestand aan krabbenscheer echter af (zie figuur 5 en 6: verspreiding krabbenscheer). Een belangrijke reden hiervoor is de opeenhoping van slib. De resulterende verarming van de vegetatie heeft een sterk negatieve invloed op de hele levensgemeenschap van de sloten en op de populatiegrootte van enkele zeer kritische soorten, zoals groene glazenmaker en zwarte stern.
 

Verspreiding krabbenscheer in de Krimpenerwaard, in 1991
Verspreiding krabbenscheer in de Krimpenerwaard in 1991
 

Verspreiding krabbenscheer in de Krimpenerwaard, in 2004. De verspreiding krabbenscheer is fors afgenomen.
Verspreiding krabbenscheer in de Krimpenerwaard in 2004. De verspreiding is fors afgenomen.

Een groot deel van de percelen in de Krimpenerwaard heeft een agrarische gebruiksfunctie en is in eigendom van particulieren. Daarnaast is Zuid-Hollands Landschap een belangrijke terreineigenaar en –beheerder in het gebied. Om krabbenscheervegetaties te herstellen in sloten waar de soort verdwenen is of achteruit gaat, is het van belang om het opgehoopte slib te verwijderen. Daardoor ontstaan weer gunstige condities voor kieming en wortelgroei van krabbenscheer. Dit kan het best met een baggerpomp en gefaseerd gebeuren. Daarbij wordt de eventueel nog aanwezige krabbenscheervegetatie, inclusief fauna die zich tussen de planten bevindt, zo veel mogelijk gespaard. Naast baggeren is het van belang om krabbenscheerplanten te enten in sloten waar de plant geheel verdwenen is. Omdat krabbenscheer zich slecht verspreidt kan nieuwe kolonisatie door krabbenscheer anders zeer lang op zich laten wachten. Het Zuid-Hollands Landschap baggert jaarlijks een deel van de sloten, specifiek met het oog op behoud van krabbenscheer. Deze vorm van beheer (voorzichtig en gefaseerd baggeren met een baggerpomp) is echter erg kostbaar. Een extra financiële impuls was nodig om tijdelijk meer sloten in het beheer te betrekken, zodat de achteruitgang van krabbenscheer (en de soorten die daarmee samenhangen) kon worden gestopt. Daarnaast was het zeer wenselijk om ook een deel van de sloten te baggeren die in particulier eigendom waren (vooral agrariërs). Ideeën hiervoor waren in het recente verleden al besproken met de plaatselijke agrarische natuurvereniging (Agrarische Natuurvereniging Weidehof Krimpenerwaard) en konden rekenen op steun van een aantal agrariërs. In september 2010 is bekeken hoe de geënte krabbenscheerplantjes zich hebben ontwikkeld.
De resultaten zijn hier te lezen.

Naast de genoemde baggerwerkzaamheden beoogde het project ook het vergroten van waardevolle stilstaande wateren in natuurreservaat Berkenwoude. De bedoeling was om het leefgebied van verschillende prioritaire soorten in dit deelgebied te vergroten, door het aanleggen van een nieuw petgat en het vergroten van een bestaand petgat met brede moeraszones. Ook zijn enkele plas-draszones langs sloten aangelegd. Deze biotoopverbeteringen sluiten aan bij de ruimtelijke ontwikkelingen in het kader van de “Natte As”: een robuust netwerk van natte natuur in de Krimpenerwaard. De voorgestelde herinrichting van Berkenwoude vormt een waardevolle aanvulling op de Natte As. Niet alleen levert het nieuw geschikt leefgebied op voor doelsoorten, maar het zorgt ook voor de verbinding tussen andere hotspots in de Krimpenerwaard (met name polder Nesse en de Gouderakse Polders), waar belangrijke deelpopulaties voorkomen van onder meer de groene glazenmaker.

Vijf polders waarbinnen sloten van het Zuid-Hollands Landschap zijn gebaggerd. (1: polder Kromme; 2: polder Nesse; 3: polder Kattendijksblok; 4: polder Middelblok; 5: polder Veerstalblok)
Vijf polders waarbinnen sloten van het Zuid-Hollands Landschap zijn gebaggerd. (1: polder Kromme; 2: polder Nesse; 3: polder Kattendijksblok; 4: polder Middelblok; 5: polder Veerstalblok)