Het Twentse landschap kenmerkt zich door een fijnmazig netwerk van graslanden, akker, hakhoutwallen en poelen, afgewisseld met natuurkernen, zoals blauwgraslanden, heide en boseenheden. Doordat dit landschap lang intact is gebleven, is Twente nog steeds een kerngebied met een hoge biodiversiteit. Intensivering van het landgebruik heeft geleid tot een ecologische achteruitgang van deze leefomgeving. Door op strategische plaatsen wateren aan te leggen en kleine landschapselementen als houtwallen, singels en struwelen hier op te laten aansluiten, kan het voorkomen van typische soorten in dit landschap een impuls krijgen. Hierbij profiteren niet alleen soorten van het agrarische (cultuur)landschap, maar ook soorten die van dit soort stapstenen afhankelijk zijn voor verdere verspreiding naar overige natuurgebieden (bijvoorbeeld soorten van natte heide en beekdalen). Soorten die in de regio geprofiteerd hebben van dergelijke maatregelen zijn o.a. boomkikker, heikikker, kamsalamander, hoogveenglanslibel, klokjesgentiaan en gentiaanblauwtje, moerassprinkhaan, pilvaren, waterlepeltje en oeverkruid. De maatregelen die binnen het project Oases van Biodiversiteit zijn uitgevoerd, zorgen voor versterking van bestaande populaties, maar bovendien zijn de locaties dusdanig gekozen dat ze als stapstenen fungeren voor het versterken van de metapopulaties (fasen 2, 3 en 4 van de vierfasenstrategie). Deels bestaan de maatregelen uit het vergroten van bestaande wateren en deels uit de aanleg van nieuwe wateren. Om de ecologische functionaliteit te vergroten wordt niet alleen aandacht besteed aan de wateren, maar ook aan de ontwikkeling en verbetering van het omliggende landhabitat. Samenwerkende partijen in dit deelproject zijn Landschap Overijssel, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Waterschap Regge en Dinkel en particulieren.

Kaartje voortplantingswateren