Voor het aanleggen van hout-/plagselwallen (of -bulten) komen zongelegen locaties in aanmerking. Allereerst wordt een stapeling gemaakt van boomstammen (gebruik ook zeker stammen met een diameter >20 cm), boomstobben en takhout. Vervolgens wordt deze afgedekt met plaggen van pijpenstrootje en/of heide. Gebruik geen los bodemsubstraat, omdat dit uitspoelt, waardoor de holtes in de wal snel worden opgevuld. De holtes zijn van belang als schuil- en overwinteringsplaats voor veel kleine fauna, waaronder reptielen, amfibieën, knaagdieren en tal van insecten. Door de wal in oost-westelijke richting aan te leggen, ontstaat een zonbeschenen zuidkant. Dit is gunstig voor koudbloedige dieren.

Met hout-/plagselbulten zijn zeer goede resultaten geboekt bij de gladde slang. In vochtige terreinen prefereert deze soort de hoger gelegen, droge terreindelen. In een hoogveengebied in Noord-Brabant werden op een groot deel van de aangelegde bulten binnen twee jaar gladde slangen aangetroffen.