1. Leg kleine wateren niet direct langs wegen aan. Vervuilende stoffen als olie en pekel kunnen het water vervuilen, dieren kunnen snel verkeersslachtoffer worden en de wateren zijn makkelijk bereikbaar voor mensen.
  2. Leg geen kleine wateren aan in intensief beheerde landbouwgebieden. Meststoffen kunnen inspoelen met vermesting tot gevolg. 
  3. Leg geen kleine wateren aan in sterk beschaduwd terrein. Zowel planten als dieren van kleine wateren hebben een goede zoninval nodig.
  4. Voor sommige soorten zoals amfibieën is de aanwezigheid van vis nadelig. Vissen eten de eitjes en larven. Voorkom daarom dat vis de kleine wateren kan bereiken. Houd daarbij ook rekening met incidenteel winter-hoogwater van beken en rivieren! 
  5. Leg geen kleine wateren aan nabij zware industriegebieden. De uitstoot van schadelijke stoffen heeft effect op al het leven in en om het water.
  6. Afwisselend landschap met meerdere wateren die in grootte en diepte variëren. Sommige ondiepe wateren zullen af en toe droogvallen en bevatten daarom geen vis. Dit is gunstig voor diverse diersoorten zoals amfibieën.

Doorsnede van het landschap met ongeschikte (boven) en geschikte plaatsen (beneden) voor het aanleggen van een nieuw water - tekening Arnold van Rijsewijk