Bij het opschonen van kleine wateren wordt het gehele water meestal in een keer geschoond. Hierbij wordt alle oever- en watervegetatie verwijderd. Door deze rigoureuze opschoning wordt het water enige tijd ongeschikt voor veel soorten planten en dieren en in sommige gevallen kunnen soorten zelfs geheel verdwijnen. Om dit te voorkomen, is fasering van deze onderhoudswerkzaamheden vereist. Verwijder dus nooit gelijktijdig alle vegetatie uit een water, maar laat een gedeelte ongemoeid. Met name verlandingsvegetaties zijn interessant voor veel planten en dieren en tenminste een deel hiervan dient behouden te blijven. Daarnaast moeten zeldzame planten worden gespaard en dienen op het land geraakte waterdieren te worden teruggeplaatst. Ook in wateren waar geen zeldzame soorten voorkomen, is het van belang om enige vegetatiestructuur te behouden.

In plaats van het opschonen van een water kan ook een nieuw water tegen het bestaande water worden aangelegd. Het bestaande water mag dan verlanden en het nieuwe water wordt direct gekoloniseerd door de aanwezige flora en fauna. Wanneer dit nieuwe water zich zo ver heeft kunnen ontwikkelen dat opschoning wenselijk is, kan het oude water, dat inmiddels compleet verland is, weer geheel worden hersteld. Ook dit is een vorm van fasering.

Fasering - links een dichtgegroeide poel voor het schonen, rechts na het schonen (tekeningen Arnold van Rijsewijk).