Het aanleggen van kleine wateren vindt vaak plaats wanneer plaatselijk slechts een kleine restpopulatie aanwezig is en de soorten ter plaatse in hun voortbestaan worden bedreigd. Om deze populaties duurzaam te behouden, is een strategie opgesteld: de ‘Vierfasenstrategie’. Het doel van deze strategie is om via het veiligstellen van de bestaande populatie tot een robuuste metapopulatiestructuur te komen en om daarbij op de juiste momenten, de juiste stappen te nemen.

Fase 1: Veiligstellen. De fase van veiligstellen heeft betrekking op de bestaande leefgebieden, die op korte termijn planologisch of anderszins beschermd dienen te worden. Potentiële bedreigingen van buiten het leefgebied dienen te worden geweerd, zodat het huidige leefgebied optimaal kan functioneren. Met name de effecten van verzuring, verdroging en vermesting hebben een grote negatieve invloed op de laatste leefgebieden van veel bedreigde soorten van kleine wateren. De leefgebieden dienen ook verzekerd te worden van een goed beheer.

Fase 2: Versterken. Tijdens de fase van versterking worden leefgebieden vergroot door ontwikkeling en/of herstel van leefgebied direct aansluitend op het actuele leefgebied. Het oppervlak en de kwaliteit van de leefgebieden dienen dermate toe te nemen, dat het voortbestaan van de soort niet meer door een eenmalige calamiteit in gevaar kan komen. Herstel en ontwikkeling van grote, levenskrachtige populaties is voor structurele overleving essentieel.

Fase 3: Verbinden. Thans geïsoleerde, maar eertijds verbonden leefgebieden worden weer met elkaar in contact gebracht. Hierdoor ontstaan netwerken van leefgebieden, verbonden door migratiezones. De verbinding van leefgebieden is van belang, omdat uitwisseling van individuen noodzakelijk is voor het behoud van genetisch levenskrachtige populaties en omdat thans geschikte leefgebieden door het ontbreken van ecologische infrastructuur onbezet blijven.

Fase 4: Verbreiden. Door de ontwikkeling van nieuwe en/of herstelde leefgebieden ontstaat een complex van weliswaar ruimtelijk gescheiden, maar in ecologisch opzicht niet geheel geïsoleerde leefgebieden, de zogenaamde ´metapopulatiestructuur’. Deze structuur dient het duurzaam voortbestaan van de soort te garanderen. Lokaal uitsterven van populaties vormt dan in de toekomst niet meer het definitieve einde van een leefgebied. Herstelde of nieuw aangelegde leefgebieden kunnen immers op natuurlijke wijze worden ge(re)koloniseerd.

Vierfasenstrategie

Download de vierfasenstrategie als PDF (Lenders, 1996 in de Levende Natuur).