Aanleg & Beheer

Kleine wateren veranderen in de loop der jaren door successie. Sommige soorten planten en dieren zijn afhankelijk van het beginstadium van de successie, terwijl andere juist de latere successiestadia prefereren. Om bepaalde (doel)soorten te behouden, zijn gerichte beheermaatregelen noodzakelijk en deze dienen met beleid uit te worden gevoerd. Een verkeerde ingreep kan namelijk betekenen dat een soort verdwijnt. Vaak is het aanleggen van nieuwe wateren gunstig voor de duurzame instandhouding van soorten. Om nieuwe wateren met het oog op verschillende soortgroepen zo goed mogelijk aan te leggen, zijn algemene richtlijnen opgesteld. Omdat deze algemene richtlijnen voor bepaalde bodemtypen aanpassingen behoeven, is tevens een opdeling in veenputjes in hoogveen, petgaten in laagveen, duinplassen/poelen in kustduinen en vennen op zandgronden gemaakt.

Sommige soorten stellen zeer specifieke eisen aan kleine wateren. Soms is het daarom nodig om juist af te wijken van standaard richtlijnen, teneinde dergelijke soorten te bevoordelen.

Vroedmeesterpadden stellen bijzondere eisen aan het voortplantingswater en de directe mogeving daarvan (foto poel -Jöran Janse, foto vroedmeesterpad - Jelger Herder)

Klik rechts op de afbeeldingen om naar de pagina's over de verschillende watertypen te gaan.