Beheer poelen en plassen in kustduinen

Het groot onderhoud van wateren wordt schonen genoemd. Het schonen van een duinpoel/-plas bestaat uit het verwijderen van delen van de water- en oevervegetatie, het verwijderen van opslag van struiken en boompjes rond de poel en soms ook het verwijderen van de sliblaag (baggeren). In tegenstelling tot in andere gebieden, mogen duinpoelen soms wat grootschaliger worden geschoond, zodat de voorkomende pioniersoorten daarvan profiteren. Duinen en duinwateren zijn van nature namelijk nogal dynamisch en veel karakteristieke soorten van dit habitat hebben goed ontwikkelde pioniereigenschappen (denk aan oeverkruid, rugstreeppad, pantserjuffers en heidelibellen).

Periode

  • De beste periode om beheermaatregelen uit te voeren is tussen begin september en half oktober. In die periode zijn er nog weinig amfibieën in het water aanwezig. Libellen daarentegen zijn het gehele jaar door aanwezig en daar is dus geen “veilige” periode voor te geven. In deze periode is de temperatuur nog voldoende hoog en zijn veel soorten nog actief waardoor zij zich bij verstoring nog kunnen verplaatsen. Wanneer bepaalde poelen/plassen droogvallen, kunnen ingrepen ook op dat moment worden uitgevoerd. Het maaien van oevers kan ook in deze periode worden uitgevoerd (bij voorkeur na half september) en het verwijderen van bomen en struiken kan de gehele winter plaatsvinden.

Frequentie

  • Wanneer het wateroppervlak voor minder dan 30-50% uit open water bestaat, is opschoning wenselijk. Wateren voor echte pioniersoorten zoals de rugstreeppad moeten eerder worden opgeschoond.
  • Wanneer er een maaibeheer geldt, dient rondom wateren een ruigtestrook van tenminste vijf meter behouden te blijven. Indien maaibeheer plaatsvindt, kan deze strook gefaseerd worden gemaaid. Door jaarlijks slechts 20% van de strook te maaien en 80% te behouden, zijn permanent beschutting, voedsel en rustplaatsen aanwezig.
  • Het verwijderen van opslag dient alleen plaats te vinden wanneer dit ook echt nodig is. De aanwezigheid van struikvormers en enkele bomen is vaak gunstig, omdat zij rust- en uitkijkplaatsen voor vogels en insecten bieden en schuilplaatsen voor tal van andere dieren. Wanneer er een grote schaduwwerking op de plas ontstaat, of grote bladinval, is het nodig de opslag te verwijderen.

Hoe? 

  • Werk handmatig (diverse vrijwilligersgroepen houden zich hiermee bezig) of met de mobiele kraan met maaikorf; voor het baggeren bij voorkeur met mobiele kraan met dichte bak.
  • Met betrekking tot amfibieën kunnen duinpoelen/-plassen gericht voor de rugstreeppad worden beheerd. Dit betekent dat wateren in één keer geschoond kunnen worden, omdat deze soort een pionier is. Wanneer bijzondere oever- of watervegetaties voorkomen, dient een deel daarvan te worden gespaard.
  • Wanneer meerdere wateren in een gebied aanwezig zijn, is het verstandig om niet alle wateren in een keer te schonen. Zo ontstaat variatie in het successiestadium.
  • Bij begrazing met runderen kan het beter zijn om de poel uit te rasteren; runderen kunnen de poel ongewenst verrijken met hun ontlasting. Bij grote terreinen met meerdere poelen is het niet nodig om alle wateren uit te rasteren. Bij extensieve begrazing met paarden kan uitrastering eventueel achterwege blijven, omdat paarden zich niet ontlasten in de poel, maar daarvoor vaste latrines op het land gebruiken. Kies bij meerdere wateren voor variatie: enkele wateren uitrasteren, andere wateren niet of gedeeltelijk uitrasteren.