Intacte hoogvenen hoeven veelal nauwelijks te worden beheerd. In Nederland slaan echter verdroging, verbossing en vergrassing toe en zijn alle hoogvenen aangetast. Voor veenputten bestaat het beheer in principe uit het gefaseerd opschonen met lange tussenpozen. Belangrijk is om ook goed naar de eisen van doelsoorten te kijken. Dichtgegroeide veenputjes zijn voor heikikker niet meer geschikt, maar voor hoogveenglanslibel functioneren zij dan pas goed.

Periode 

  • De beste periode om beheermaatregelen uit te voeren is tussen begin september en half oktober. In die periode zijn er nog weinig amfibieën in het water aanwezig. Libellen daarentegen zijn het gehele jaar door aanwezig en daar is dus geen “veilige” periode voor te geven. In deze periode is de temperatuur ook nog voldoende hoog en zijn veel soorten nog actief, waardoor zij zich bij verstoring mogelijk nog kunnen verplaatsen. Het maaien van oevers kan ook in deze periode worden uitgevoerd en het verwijderen van bomen en struiken kan de gehele winter plaatsvinden.

Frequentie

  • Opschoning van grote veenputten is vrijwel niet nodig. Wel kan de oevervegetatie van grote veenputten gefaseerd worden opgeschoond teneinde verschillende vegetaties te behouden. De frequentie hangt af van de plaatselijke situatie.
  • Volledig met veenmos dichtgegroeide veenputjes kunnen worden geschoond, maar men dient zich er van bewust te zijn dat dit soort situaties voortplantingsplaatsen van de hoogveenglanslibel kunnen zijn. Het aanleggen van nieuwe veenputjes vormt dan een prima alternatief. 
  • Het verwijderen van opslag dient alleen plaats te vinden wanneer dit ook echt nodig is. De aanwezigheid van struikvormers en enkele bomen is vaak gunstig, omdat zij rust- en uitkijkplaatsen voor vogels en insecten bieden en schuilplaatsen voor tal van andere dieren. Wanneer er een grote schaduwwerking op een veenput ontstaat of er veel bladinval is, is het nodig de opslag te verwijderen. De boomstobben en het stamhout kan voor houtplagselwallen worden gebruikt, bij voorkeur aan de noordkant van het water. Om veenputten van verschillende successiestadia te behouden, moet eventuele opschoning op verschillende tijdstippen plaatsvinden.

Hoe?

  • Werk bij kleinschalig beheer bij voorkeur handmatig (diverse vrijwilligersgroepen houden zich hiermee bezig) of met de kleine mobiele kraan. 
  • Ontzie waardevolle vegetaties zoals lavendelheide, kleine veenbes, dopheide, struikheide en kraaiheide. 
  • Zorg dat de ringwal om de pingoruïne vrij is van (hoge) bomen. Door windworp zou de ringwal lek kunnen raken hetgeen desastreus is voor het hoogveensysteem hierbinnen.